Posted by : admin in (Besluitvorming, Bouw, Infrastructuur, Opinie)

Projecten versnellen kan nu al

(gepubliceerd in Cobouw)

Voor het versnellen van projecten met de aanbevelingen van de commissie Elvering zijn bestuurders met stevige knieën nodig. Dit was één van de conclusies die werd getrokken tijdens een discussiemiddag die onlangs werd georganiseerd door Procap. Hierbij spraken vertegenwoordigers van provinciale en gemeentelijke organisaties, maar ook vertegenwoordigers van marktpartijen over de vraag hoe projecten kunnen worden versneld, en wat ‘morgen’ al anders kan.

Aanleiding tot de discussie was het rapport van de commissie Elverding, waarin aanbevelingen staan om projecten te versnellen. Eén daarvan is de introductie van een brede maatschappelijke verkenningsfase en een compacte planstudie. Ook wordt de ‘bestuurlijke lus’ genoemd, om te voorkomen dat bij een tekortkoming de hele procedure over moet. Daarnaast doet Elverding aanbevelingen over de inzet van capaciteit en budgetten en het verminderen van de bestuurlijke drukte.

Toepassen aanbevelingen niet eenvoudig

Veel overheidsorganisaties zijn aan de slag gegaan met deze aanbevelingen. Ook provincies en gemeenten, omdat de verwachting is dat juist veel kansen liggen in versnelling van bovenregionale infrastructuurprojecten. Maar die vertaling naar de praktijk blijkt niet eenvoudig. Mede omdat dit aanpassing van bestaande procedures en werkwijzen vraagt én van nationale regelgeving voor onder meer luchtkwaliteit.

Daarnaast zijn bij dit soort projecten de verschillen in belangen tussen de diverse lokale overheden vaak een remmende factor bij het realiseren van projecten. En om consensus te bereiken wordt vaak toevlucht gezocht in beschrijvingen en beslissingen van een hoog abstractieniveau. Waarbij men vergeet om het project concreet te maken, waardoor later weer veel weerstand ontstaat. Daarom is het nodig op bestuurlijk niveau sneller en eenduidiger besluiten te nemen. En natuurlijk mogen de mogelijkheden van doorzettingsmacht naar de lokale overheden niet worden vergeten.

Niet wachten op Elverding

Tijdens de discussiemiddag over de aanbevelingen van Elverding werd ook duidelijk dat er nu al heel veel mogelijk is om projecten te versnellen. Zo liggen er veel kansen liggen op het vlak van contractering van marktpartijen, onderlinge samenwerking, teamsamenstelling, anders plannen en diverse technische mogelijkheden. Hierbij werd ondermeer geput uit de inzichten die zijn opgedaan bij het versnellen van de verbreding van de A2 tussen Amsterdam en Utrecht.

Vooral het slimmer en robuuster plannen van infrastructuurprojecten kan snelle winst opleveren. Vaak is onduidelijk waar de ruimte in de planning zit omdat veiligheid op veiligheid is gestapeld. Beter is om deze ruimte zichtbaar te maken en hiermee als buffer de planning te beheersen. Ook het meer parallel plannen van taken biedt mogelijkheden, maar dan mag niet beknibbeld worden op de bezetting van het team.

Ing. Kees van Leeuwen en drs. ing. Theo Heida werken bij Procap Adviseurs en Projectmanagers. Veel inzichten over projectversnelling zijn terug te vinden op www.lerenvandea2.nl.

Posted by : admin in (Besluitvorming, Infrastructuur, Opinie)

Spitsstrookaffaire leidt kamer af van echte problemen

Minister Eurlings moest zich in de Tweede Kamer verantwoorden voor de spitsstrook op de A1 bij  Hoevelaken. Die bleef jarenlang onterecht gesloten door een verkeerde interpretatie van een uitspraak van de Raad van State. Kamerleden waren geschokt en riepen de minister op het matje. Die trok het boetekleed aan en kwam er met een gele kaart van af. Maar valt dit ene incident eigenlijk niet ontzettend mee, gelet op ons woud van regels en procedures? Theo Heida is van mening dat kamerleden zich daar wat meer zorgen over moeten maken, in plaats van zich op die ene blunder te storten.

 

Pitstroken

Minister Eurlings erkende dat Verkeer en Waterstaat ‘te voorzichtig’ is geweest. Het ministerie heeft een onjuiste interpretatie gegeven aan een uitspraak van de Raad van State uit mei 2004 over de spitsstrook op de A1. En ja, natuurlijk is dat onhandig. En voor de oppositie makkelijk scoren. Ook VNO-NCW en de brancheorganisaties deden een duit in het zakje. Ze eisten op hoge poten dat de minister ’slapende’ spitsstroken (pitstroken?) en ander ongebruikt asfalt zo snel mogelijk moet openstellen om de files te verminderen. Desnoods met een spoedwet. En op die manier deed iedereen net alsof ze de belangen van de rijdende burger behartigden. Maar is dat nou wel zo? Of hebben de politici zich vooral op een incident gestort en zijn ze ondertussen vergeten waar het eigenlijk om gaat?

 

Als je kijkt naar de hoeveelheid regels en procedures, dan mag het een wonder heten dat er niet veel meer spitsstroken en andere projecten tussen wal en schip zijn geraakt. Het ergste is nog wel dat nooit eerder iemand, ook de kamerleden niet, de beslissing om de spitsstrook te sluiten in twijfel heeft getrokken. Blijkbaar zijn we er ondertussen zo aan gewend geraakt dat er van alles sneuvelt bij de Raad van State, dat we er niet eens meer van opkijken. En in plaats van dat we bezig zijn om écht projecten van de grond te krijgen, produceren we uit angst voor de Raad steeds meer papier om ervoor te zorgen dat alles ‘dichtgetimmerd’ is.

 

Neem nou de A4 Delft-Schiedam. Onlangs werd bekend gemaakt dat er weer een jaar wordt uitgetrokken voor nieuwe onderzoeken naar de A4 en de A13/A16. Rijkswaterstaat heeft vijf ingenieursbureaus ingehuurd die trajectnota’s en milieueffectrapportages moeten opstellen. De minister zou op basis daarvan kiezen of en hoe beide wegen aan te leggen zijn. Maar wat doen we met al die nieuwe vragen die deze rapporten ongetwijfeld gaan oproepen? Als bestuurlijke samenwerking en daadkracht ontbreken helpt geen enkel papier.

 

Een andere voorbeeld is de tweede Coentunnel. Daar vindt momenteel een discussie plaats over de honderd miljoen euro die het Rijk wil steken in de verbetering van de luchtkwaliteit rond de tunnel. Fijnstofdeskundigen vinden dat de ventilatiekanalen en luchtschermen bij de tunnel nauwelijks  gezondheidsvoordeel opleveren , omdat er geen mensen in de buurt wonen. Nee, maar voor het dichttimmeren van de procedure is het wel erg belangrijk.

 

Procedures zijn de grootste bedreiging

Eerder dit jaar publiceerde Cobouw de resultaten van de Nationale Projectenmonitor van Procap. Uit dat onderzoek bleek dat professionals in de bouwsector vinden dat regels en procedures de grootste bedreiging zijn voor projecten. Het spitstrookincident bevestigt dat beeld. De grootste kansen zagen de professionals in een integrale aanpak. Oftewel, minder rapporten en meer samenwerking. Daar zou de kamer zich nou eens druk om moeten maken.

 

Gepubliceerd in Cobouw

Posted by : admin in (Besluitvorming, Infrastructuur, Opinie)

Commissie Elverding – wassen neus of wast Eurlings Nederlandse bestuurders de oren?

 

De manier waarop in Nederland gereageerd is op het rapport Elverding, lijkt erg op de manier waarop we plannen maken voor infrastructuur. Voorstanders als Bouwend Nederland en VNO-NCW dringen aan op voortvarendheid, maar kunnen zelf niets forceren. Tegenstanders als Milieudefensie blijven rustig afwachten in hun loopgraven. En wat doet de rest van het land? Men is vooral bezig met wat er niet goed is aan het rapport en hoe het anders opgeschreven had moeten worden. De NieuwBouw betreurt dit en is van mening dat het rapport Elverding genoeg waardevolle zaken toont waar Nederland verder mee kan.

Grote vraag is hoe gaat minister Eurlings doorpakken en het één en ander realiseren binnen projecten? Als zoon van gedeputeerde Martin Eurlings heeft Minister Eurlings het politieke spel met de paplepel ingegoten gekregen. Dat hij daardoor op zijn 20e raadslid wordt van Valkenburg aan de Geul, op zijn 25e Tweede Kamerlid wordt en op zijn 33e minister is, is dan slechts een logisch gevolg van zijn achtergrond én zijn ambities. Van Eurlings, als jonge minister, kan niet ontkend worden dat hij een hoge dadendrang heeft binnen zijn huidige post. Maar juist doordat de politiek hem in het bloed zit, is hij teruggevallen op zo’n typisch politiek instrument als een commissie. En daar wringt hem nou juist de schoen. Het rapport van zo’n commissie is, net als de gemiddelde tracénota, een politiek instrument dat door het publiek gewantrouwd wordt en daardoor van alle kanten kan worden aangevallen.

Op zich is zo’n commissie een goed instrument om bestuurlijk Nederland van binnenuit open te breken. Eurlings weet inmiddels als geen ander, dat als je projecten wilt verwezenlijken, dat je dan belangrijke opponenten aan banden moet leggen. Dat zijn grootste opponenten eigenlijk uit bestuurders en politici bestaan, stond voor hem vast. Daarom stelde hij als rasechte politicus een commissie in die adviezen geeft over versnelling van de besluitvorming van de infrastructuurprojecten. Deze commissie legt vervolgens de vinger op de zere plek – nee het zijn niet de burgers die de projecten in de weg staan: het zijn de bestuurders!

 

Advies

De NieuwBouw is het met Elverding eens om te streven naar een brede verkenning waarbij alle partijen betrokken zijn. Dat heeft De NieuwBouw de commissie Elverding reeds eerder geadviseerd. Met de innovatieve procesaanpak van het project “De gebruiker bepaalt” (www.degebruikerbepaalt.nl), toegepast op de Ring Utrecht Noord (N230), heeft De NieuwBouw laten zien dat goede resultaten te boeken zijn en er breder draagvlak te creëren is. Door in een vroegtijdig stadium eindgebruikers van de Ring Utrecht Noord te betrekken, hebben overheden, belangengroepen en de NieuwBouw gewerkt aan relevante oplossingen. Daarnaast is De NieuwBouw van mening dat Elverding erg juridisch en instrumenteel naar besluitvorming kijkt en te weinig aandacht heeft voor het regievraagstuk. De NieuwBouw adviseerde, vanuit een eigen ‘Commissie Ongevraagd Advies’, onder andere de commissie Elverding voor ieder groot project een bestuursconsortium op te richten dat regie voert en beleidsbeslissingen neemt.

 

De NieuwBouw gaf tevens nog een aantal andere adviezen:
• Niet alle vertraging is schadelijk. Neem de tijd om dingen goed te doen in plaats van het over te moeten doen als het mis gaat.
 Leg de regie over een project bij een bestuursconsortium, dat het mandaat krijgt beslissingen te nemen.
 Geef burgers in een project daadwerkelijk invloed door middel van een burgerconsortium. Niet als buitenstaander of actiegroep, maar als betrokken participant. Geef deze burgers budget om bijvoorbeeld een alternatief uit te werken.
 Schoenmaker hou je bij je leest. Marktpartijen kunnen al in een vroeg stadium een goede bijdrage leveren aan het ontwikkelen van oplossingen, maar overheden zullen altijd zelf verantwoordelijk moeten zijn voor de planologische processen.
 Reken niet alleen aannemers, maar ook bestuurders en ambtenaren af op het realiseren van planningen.
 Laat een project niet leiden door de waan van de dag of door laatste krantenkoppen. Doe actief aan draagvlakmarketing en beloon bestuurlijke daadkracht.

 

Sence of Urgency

Besluitvorming over de aanleg van nieuwe infrastructuur kan en moet dus een stuk sneller. Doorpakken ook na het adviesrapport is cruciaal, tenslotte moet je het ijzer smeden als het heet is. De Grote vraag is en blijft hoe de minister, nu hij de “sense of urgency” aan zijn zijde heeft, ook daadwerkelijk tot resultaten komt. En als hij het niet weet, is wellicht een brede maatschappelijke verkenning een idee.

 

 

 

 

 

door: Bert Alberts (PRC)  en Theo Heida (Procap)

 

 

Posted by : admin in (Onderwijs, Opinie)

Imago bouw niet slecht bij scholieren

(gepubliceerd in Cobouw)

Op 29 maart werd een debat georganiseerd door de Hogeschool Utrecht en ‘Company to College’. De laatste is een organisatie van professionals die vanuit de bouwpraktijk onderwijsmodules verzorgen. Onder leiding van dagvoorzitter ir. Norbert van Doorn van Procap discussieerden studenten, scholieren, professionals en docenten over het kiezen voor een carrière in de bouw. Aanleiding voor het debat is dat de bouw zich zorgen maakt over de instroom van afgestudeerden. Centrale vraag was hoe jongeren voor een beroep of een studie kiezen en hoe zij tegen de bouw aan kijken.
ImagoHet imago van de bouw is lang niet zo slecht en het valt scholieren op dat er hele mooie dingen worden gebouwd. Maar de bouw is nog te veel met haar eigen pro-blemen bezig en weet eigenlijk niet goed hoe scholieren eigenlijk voor een studie kiezen. Tijdens het debat bleek dat scholieren de belangrijkste keuzes al heel vroeg moeten maken, namelijk bij de profielkeuze op de middelbare school. Een scholier kiest op 13-jarige leeftijd voor NT (Natuur en techniek) en kan dan het technische onderwijs instromen. Maar heeft de bouw alleen maar behoefte aan rekenaars? Nee natuurlijk niet.
Oók andere studieprofielen leveren hele goede projectleiders op. Daar moet het HBO meer op inspelen. Scholieren kiezen overigens op basis van hele summiere informatie en worden beïnvloed door hun vrienden, vriendinnen en ouders. Het gaat daarbij vooral om simpele beelden. Een toren van een kilometer hoog in Dubai: “Dat is gaaf!”. Communicatie vanuit de bouw moet daar meer gebruik van maken. Stel een gebouw open en nodig mensen uit de omgeving uit. Wees aanwezig en vertel je verhaal. Iets als de ‘Dag van de bouw’ heeft veel meer effect dan 10.000 brochures over hoe goed de bouw is. Het idee dat de bouw een slecht imago heeft blijkt vooral iets te zijn wat mensen uit de bouw zichzelf aanpraten. Het lijkt ook wel of bouwers over hun eigen sector altijd negatiever zijn dan anderen. Natuurlijk kent de bouw heel veel ‘uitdagingen’, maar dat geldt eigenlijk voor elke sector. Ook zijn we vaak aan het eind van een bouwproces bezig met datgene wat er niet goed. Terwijl de oplevering juist een feest moet zijn. Slechte beelden blijven makkelijk hangen blijkt uit de reacties van de scholieren. En dat heeft echt een negatief effect op de instroom.

Ambassadeur
Het echte werven van jonge in-stroom gaat niet met mooie folders. Persoonlijke contacten zijn veel belangrijker bijvoorbeeld op verjaardagsfeestjes of in je volleybalclub. Iedereen die in de bouw werkt, kan ambassadeur zijn voor de sector. Zoals degene die trots vertelt dat hij altijd iets omrijdt, omdat hij dan over de weg kan rijden die hij “zelf heeft gemaakt”. Dat kom je in andere sectoren niet snel tegen.
Nog zo’n hardnekkig misverstand waar we mee moeten afrekenen is dat velen denken dat de bouw enkel voor vrouwen is. Samenwerken in de bouw is juist onze uitdaging en daarvoor zijn zaken als empathie en communiceren belangrijk. Alleen daarom al heeft de bouw meer vrouwen nodig. En dat gebeurt ook. Bij veel ingenieursbureaus bestaat 30 procent van de technici uit vrouwen en dat aantal is de laatste jaren sterk gegroeid. Er is sprake van een inhaalslag en het is nog maar een kwestie van tijd alvorens zij doorstromen in de hogere managementechelons.
Een laatste onderwerp waarover op de Hogeschool Utrecht werd gesproken is het beeld dat werken in de bouw zwaar en ongezond is. Maar dat blijkt eigenlijk reuze mee te vallen. Werken is alleen frustrerend als het niet goed georganiseerd is. En wat meer respect van de ‘witte boorden’ voor de bouwvakkers en communicatie over en weer kan daarbij geen kwaad.

Door Frens Pries, Theo Heida en Karen te Lintelo

Posted by : admin in (Bouw, Opinie)

Bouwers loeren likkebaardend op groene ruimte

(gepubliceerd in Cobouw)

Is er wel sprake van structurele woningnood? De bevolking in de Randstad stabiliseert en neemt in enkele delen zelfs af. Wél verdunnen de huishoudens. Maar het echte probleem van de woningmarkt ligt volgens Norbert van Doorn en Theo Heida in het gebrek aan doorstroming.

Door gebrek aan doorstroming is er sprake van een acute woningnood onder specifieke doelgroepen zoals jongeren, ouderen en zorgbehoevenden. Maar laten die nu net woningen nodig hebben waar ontwikkelaars en bouwers weinig tot niets aan kunnen verdienen. De bouw van woningen voor de zwakkere doelgroepen is in het huidige samenwerkingsmodel niet meer dan een bijproduct van vrije sector kavels en dure appartementen. Er is politieke moed nodig om tegen dit probleem op te treden.
Dan het binnenstedelijk bouwen. Dat gaat moeizaam, volgens de bouwers. Daarmee bedoelen ze dat het lang duurt voordat inbreidings- en herstructureringsprojecten leiden tot bouwproductie. Dat is vaak een gevolg van langdurige onderhandelingen tussen de gemeenten en marktpartijen die grond- of vastgoedposities hebben. En niet zelden zijn dat ook weer de grote bouwconcerns. Zouden we daar nu niet eens tot een beter en sneller proces kunnen komen?
Ondertussen moeten de bouwers natuurlijk blijven bouwen. Een voorbeeld van hoe het helemaal fout kan gaan is de huidige situatie in de kantorenmarkt. Miljoenen vierkante meters staan leeg en tegelijkertijd worden nieuwe locaties volgebouwd. Er wordt nauwelijks hergebruikt of gesloopt. Hetzelfde doet zich nu voor bij bedrijfsruimten. Nieuwe terreinen schieten uit de grond terwijl bestaande locaties half leeg staan. En de bouwers, zij bouwen voort. En dat is niet verwonderlijk, zolang er opdrachtgevers zijn die projecten bestellen en betalen.

Regie
Gaat het met de woningvoorraad straks net zo als met de kantoren? Bouwen we gewoon door op nieuwe gronden terwijl ‘ongewenste’ woningen of zelfs hele wijken leeg blijven staan? En blijven we elkaar wijsmaken dat dit goed is voor de (bouw)economie? Vraag het eens aan de verhuurders van de jaren-´70 woningen in een gemeente als Nieuwegein, die hele straten hebben zien verhuizen naar het nabijgelegen Leidsche Rijn.Moet het Groene Hart dan helemaal op slot?
Bouwend Nederland constateert terecht dat er op veel plekken sprake is van ‘een rommeltje’ door onduidelijke kaders. Om daar iets aan te doen is echter eerder een striktere regie op bovenregionaal niveau nodig dan een verdere vrijgave. Want de groen-voor-rood plannen van bouwers en ontwikkelaars kunnen lokaal best meerwaarde opleveren, maar leiden tot verdere verrommeling als deze niet passen in een landelijk kader. Dus het slot op het Hart mag best af en toe open, als de sleutel maar in de goede handen ligt. En dat is waarschijnlijk niet bij degenen die daar hun brood mee moeten verdienen.

Visie
Natuurlijk moet er ruimte zijn om te bouwen, zeker voor doelgroepen waarbij sprake is van woningnood. Maar het is te gemakkelijk om meteen naar de schaarse groene ruimte in de randstad te kijken. Daar hadden we met zijn allen toch een andere visie op? Natuurlijk hebben de bouwers daar ook een mening over en denkt de directeur bouweconomie aan de continuïteit en het rendement van haar leden. Maar daarmee klinkt de boodschap van Bouwend Nederland wel heel sterk als de bakker die roept dat we meer brood moeten eten dan we eigenlijk willen.

Door Norbert van Doorn en Theo Heida (Procap)